Rapport Arbeidsmarkt België: veel overeenkomsten

6 Februari 2026

Rapport Arbeidsmarkt België: veel overeenkomsten

De uitdagingen die naar voren kwamen in het recente ERM-arbeidsmarktonderzoek 'Samen, anders kan het niet' bestaan ook in België. Dat blijkt uit een recente ondervraging van bijna 100 restauratieaannemers in Vlaanderen door het Agentschap Onroerend Erfgoed. Naast veel overeenkomsten zijn er ook verschillen in de aanpak tussen Nederland en Vlaanderen.

Het tekort aan arbeidskrachten in de restauratiesector brengt Nederlandse monumenten in gevaar. ERM lanceerde op 1 december een actieplan, om middels sectorbrede regie en samenwerking te komen tot meer instroom van jongeren en zij-instromers, een samenhangend opleidingsstelsel en gezamenlijke campagnes. Het actieplan 'Samen, andes kan het niet' is sinds die tijd door ERM en veel andere partijen opgepakt en momenteel worden er gesprekken gevoerd met het Ministerie van OCW.

De problemen die onze Zuiderburen constateren (zie het Vlaamse rapport) komen opvallend sterk overeen met de conclusies van het Nederlandse rapport. Beide onderzoeken spreken van een structureel tekort aan gespecialiseerde vaklui en een toenemend risico op kennisverlies door vergrijzing. Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt daarnaast vastgesteld dat het probleem niet beperkt is tot één opleidingsniveau. Tekorten doen zich voor bij ambachtelijke vakmensen, maar ook bij specialisten, middenkader en deskundigen bij overheden.

Ook in Vlaanderen wordt benadrukt dat het ontwikkelen van volwaardig vakmanschap tijd kost: van instroom tot zelfstandig functioneren en uiteindelijk meesterschap is al snel vijf tot vijftien jaar nodig. Zonder tijdige instroom en actieve kennisoverdracht komt de kwaliteit en continuïteit van restauraties onder druk te staan. Het Vlaamse onderzoek maakt duidelijk dat de praktijk de belangrijkste leeromgeving is. Jongeren en zij-instromers zijn bij instroom zelden direct inzetbaar en moeten in het bedrijf verder worden opgeleid. Vlaamse aannemers geven daarbij aan dat deze opleidingsrol steeds zwaarder op hun schouders rust.

Opleidingstrajecten zijn lang, vragen intensieve begeleiding en brengen kosten en risico’s met zich mee, zeker voor kleinere bedrijven. Ook in Nederland wordt dit herkend: veel bedrijven leiden zelf op, maar doen dat vaak zonder structurele ondersteuning of zekerheid over continuïteit.

Waar het Vlaamse rapport extra scherpte toevoegt, is in de benoeming van de economische randvoorwaarden. Aannemers wijzen op hoge arbeidskosten en op beperkte opbrengsten van investeringen in opleiding en lonen, die niet altijd in verhouding staan tot de mate van specialisatie. Daarnaast wordt expliciet gewezen op de invloed van opdrachtgeverschap en aanbestedingspraktijken. Grote, integraal aanbesteedde restauratieprojecten en selectie op laagste prijs beperken de ruimte voor kleinere gespecialiseerde bedrijven om te investeren in vakmanschap en opleiding. Daarmee raakt het tekort aan vaklui niet alleen het onderwijs, maar ook de manier waarop restauratieopgaven in de markt worden gezet.

In de vergelijking tussen Vlaanderen en Nederland valt op dat het probleem in essentie hetzelfde is, maar dat Vlaanderen op onderdelen experimenteert met meer praktijkgerichte en flexibele vormen van opleiden, onder andere via initiatieven rond Syntra (zie onder).

Syntra is het Vlaamse netwerk voor praktijkgerichte opleidingen en ondernemerschap. Het richt zich op zowel jongeren (via duaal leren) als volwassenen die zich willen herscholen of specialiseren.

Het Vlaamse rapport laat echter ook zien dat deze aanpak nog niet dekkend is: bedrijven ervaren nog steeds een tekort aan opleidingen, onvoldoende instroom van competente jongeren en een hoge opleidingslast binnen het bedrijf. Van een afgerond of ‘opgelost’ model is geen sprake. Beide rapporten onderstrepen tenslotte dat vakmanschap meer is dan een opleidingsvraagstuk alleen. Waardering, erkenning en zichtbaarheid spelen een belangrijke rol bij instroom en behoud. In Vlaanderen wordt dit expliciet benoemd: werken aan erfgoed wordt gezien als iets om trots op te zijn, maar dat beeld bereikt jongeren nog onvoldoende.

Ook in Nederland wordt vastgesteld dat de sector te weinig zichtbaar is en dat het maatschappelijk belang van restauratie en vakmanschap sterker onder de aandacht gebracht moet worden. De belangrijkste les uit het Vlaamse onderzoek is daarmee niet dat er een kant-en-klaar voorbeeld ligt om over te nemen, maar dat de analyse uit het Nederlandse rapport wordt bevestigd en verdiept. Het tekort aan vaklui vraagt om samenhangende keuzes: in opleiding en praktijk, in personeelsbeleid, in opdrachtgeverschap en in de manier waarop vakmanschap maatschappelijk wordt gewaardeerd. Precies die samenhang vormt ook de kern van de oproep in Samen, anders kan het niet. En precies daarmee is ERM aan de slag gegaan.