Terugblik 3e bijeenkomst Platform Monumententoezicht - 4 november 2014

Leidt vergunningvrij (ver)bouwen bij monumenten tot een vogelvrij cultureel erfgoed, was de vraag voor de derde bijeenkomst van het Platform Monumententoezicht. Een vraag die tot een grote opkomst leidde. Meer dan honderd deelnemers bogen zich dinsdag 4 november over de gevolgen van wijzigingen in de WABO. Onder leiding van dagvoorzitter Margot Haasdonk, bestuurslid van de Federatie Grote Monumentengemeenten en in het dagelijks leven werkzaam bij de gemeente Haarlem, gaven Wico Ankersmit, directeur van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland en Walter de Koning, directeur van de stichting ERM, een toelichting op de actuele wetsvoorschriften. Everhard  van Lunteren, werkzaam in Zwolle, en Andre Winder en Hans Boonstra, beiden verbonden aan het Bureau Monumentenzorg Amsterdam, verzorgden praktijkvoorbeelden. Klik hier voor een bundeling van hun presentaties. Tot slot van de middag gaf Flip ten Cate, directeur van de Federatie Welstand, een reflectie.

Wico Ankersmit duidde eerst wanneer (ver)bouwingen conform artikel 5 van de WABO niet vergunningvrij zijn.

  • ‘Als het aantal woningen toeneemt of afneemt (met uitzondering van mantelzorg, transformatie en tijdelijke functiewijziging);
  • Aan, op of bij een gebouw dat in strijd wordt gebruikt of in strijd is gebouwd;
  • Zeer beperkt in, aan op of bij een beschermd monument;
  • Weer beperkter binnen een Rijks beschermd stads- of dorpsgezicht;
  • Specifieke aandacht binnen gebied met archeologische monumentenzorg;
  • Binnen afstanden en zoneringen BEVI’.

Vergunningvrij bouwen is dan ook toegestaan bij iedere gebruiksfunctie (school, kerk, bioscoop, woning, bedrijf), vatte hij samen.
Dat leek de aanwezigen nog overzichtelijk. Een stuk complexer bleek de omschrijving van het ‘Achtererfgebied’ te zijn: ‘erf aan de achterkant en aan de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw’. Niet zozeer deze zin, maar de interpretatie kan leiden tot veel verwarring, toonde Ankersmit vervolgens aan. En dan vooral wanneer het gaat om beschermde stads- en dorpsgezichten. Hij hield de aanwezigen voor dat binnen de vigerende wetgeving de private kwaliteitsborging vele malen crucialer is geworden en bepleitte aandacht daarvoor op een volgende bijeenkomst van het Platform. Klik hier voor de presentatie van Wico Ankersmit.

Walter de Koning ging vervolgens in op de doelstellingen van het Rijk, met de aanpassingen per 1 november 2014. ‘Een landelijk uniforme regeling voor vergunningsvrij bouwen in het achtererfgebied moet leiden tot minder regeldruk en administratieve lasten’. Hij gaf aan dat het een ‘bewuste keuze is om dit niet over te laten aan de lokale overheid via bestemmingsplannen en welstandtoezicht’.
De Koning vergeleek de regelgeving in het verleden en het heden: ‘Vroeger waren er weinig landelijke regels (verbod behoudens vergunning), waardoor op lokaal niveau meer regels en verschillen bestonden. Nu zijn er veel meer landelijke regels, die aangeven wanneer vergunningsvrij kan worden gebouwd en die aangeven onder welke voorwaarden vergunningsvrij kan worden gebouwd.
Dit sluit aan op een veranderende samenleving, waar de wetgeving in mee verandert. Leidend onder meer tot minder maatwerk en meer landelijke uniformiteit, meer eigen verantwoordelijkheid voor de burger en meer private controle, naast overheidscontrole. Voor de toezichthouder betekent dit vaker controle van landelijke regels, minder van vergunningen en meer informatieoverdracht’. De Koning stelde vast dat ‘de trend naar vergunningsvrij bouwen toezicht betekent op grond van andere bepalingen, maar lang niet altijd minder toezicht’. Klik hier voor de presentatie van Walter de Koning.

Na in twee rondes drie cases te hebben behandeld kwam plenair Flip ten Cate aan het woord. Hij stelde vast dat het Rijk op alle terreinen streeft naar eenvoud in regelgeving en het leggen van verantwoordelijkheden bij de burgers. Net als op terreinen als de gezondheidszorg, komt de kwaliteit daarbij op de tocht te staan. Hij refereerde aan het voorbeeld uit Zwolle (klik hier voor de presentatie), waar in het geboortehuis van mr. J.R. Thorbecke muren werden doorgebroken en plafonds werden gestript. Over dergelijke ingrepen heeft niemand, betrokken bij het opstellen van de Omgevingswet, nagedacht, stelde Ten Cate vast. En in meer algemene zin constateerde hij dat het belang van de plek het aflegt tegen de wens tot uniformeren. Hij merkte tot slot een toenemende scepsis in de samenleving op ten aanzien van deskundigheid. ‘Het publiek vindt zichzelf steeds deskundiger en bekwamer’. Er is veel werk te verzetten om die twijfel ten aanzien van het belang van de expertise van bijvoorbeeld de architect of de aannemer weg te nemen, hield hij de zaal voor.